
Dampremming speelt een cruciale rol in de totale dakopbouw van platte daken met EPDM. Een foutieve, ontbrekende of slecht geplaatste dampremmer kan leiden tot condensatie, vochtophoping en schade aan zowel de dakbedekking als de onderliggende lagen.
Omdat EPDM relatief dampdicht is, moeten damptechnische fouten altijd vóór plaatsing worden opgelost, niet erna.
In een verwarmd gebouw bevat de binnenlucht altijd vocht. Deze warme, vochtige lucht beweegt zich van nature richting koudere zones, in dit geval het dak. Wanneer deze lucht in de dakopbouw afkoelt tot onder het dauwpunt, condenseert het vocht. Een dampremmer heeft als functie deze vochtige binnenlucht gecontroleerd tegen te houden en te voorkomen dat condensatie plaatsvindt in de isolatie of onder de dakbedekking. µ
Bij een dakopbouw met EPDM is dit extra belangrijk. EPDM is relatief dampdicht, wat betekent dat eventueel vocht dat in de dakopbouw terechtkomt nauwelijks meer naar buiten kan migreren. Zonder correcte dampremmer kan vocht zich ophopen onder de EPDM-laag, met als gevolg een verminderde isolatiewaarde, aantasting van de verkleving en op termijn schade aan de dakconstructie. Dit risico is het grootst bij verwarmde gebouwen zoals woningen, kantoren en industriële hallen.
Een doordachte bouwfysische opbouw houdt rekening met temperatuurverschillen, binnenklimaat en isolatiedikte. De dampremmer is hierin geen los element, maar een integraal onderdeel van het totale systeem.

Een verkeerd geplaatste dampremmer kan in sommige gevallen schadelijker zijn dan helemaal geen dampremmer. Wanneer de dampremmer niet luchtdicht is aangebracht, onderbroken wordt door doorvoeren of verkeerd gepositioneerd zit in de dakopbouw, kan vocht alsnog binnendringen maar niet meer ontsnappen. Hierdoor ontstaat een opgesloten vochtsituatie die natuurlijke droging verhindert.
Dit risico is vooral groot bij renovatieprojecten, waar bestaande daklagen vaak onbekend of onvolledig gedocumenteerd zijn. Oude dampremmen kunnen beschadigd zijn, verkeerd gepositioneerd zitten of niet meer aansluiten bij de nieuwe isolatiedikte. Het blind toevoegen van een extra damprem zonder inzicht in de bestaande opbouw kan leiden tot dubbele dampremmende lagen, wat de kans op condensatie net vergroot.
Daarom wordt sterk aangeraden om bij twijfel een bouwfysische berekening van de dakopbouw te laten uitvoeren. Zo’n berekening maakt inzichtelijk waar condensatie kan optreden en of een damprem noodzakelijk, overbodig of zelfs af te raden is. In renovatiesituaties kan een plaatselijke insnijding van het dak bijkomende informatie geven over de bestaande opbouw en helpen om een technisch onderbouwde beslissing te nemen.
Een correcte dampremming onder EPDM is geen detail, maar een fundamenteel onderdeel van een duurzame dakopbouw. Fouten op bouwfysisch vlak zijn achteraf moeilijk te corrigeren en leiden vaak tot schade die pas zichtbaar wordt wanneer herstel ingrijpend is.
Door vooraf stil te staan bij het binnenklimaat, de bestaande dakopbouw en de positie van de dampremmer, worden risico’s beperkt en blijft de prestatie van het dak op lange termijn gegarandeerd. Dampremming vraagt geen routineoplossing, maar een technisch onderbouwde keuze.
Nee, dit hangt af van de dakopbouw, het binnenklimaat en het gebruik van het gebouw. Vooral bij verwarmde gebouwen is dampremming meestal noodzakelijk.
Vocht kan opgesloten raken in de dakopbouw, wat leidt tot condensatie, verminderde isolatieprestaties en mogelijke schade aan verkleving en constructie.
Ja, omdat bestaande lagen vaak onbekend zijn. Via een insnijding kan de dakopbouw onderzocht worden om te bepalen of een aanvullende damprem nodig is. Op basis van de dakopbouw kan vervolgens een bouwfysische berekening worden gemaakt om te komen tot een juiste dakopbouw.
Ja, een dubbele damprem kan vocht insluiten en condensatie net versterken als de opbouw niet correct is doorgerekend.